Disco inferno

De baslijn = het nummer

Veel gave oude disconummers zijn herkenbaar aan hun baslijn. Zo ook deze: Disco Inferno van The Trammps, dat vooral bekend werd doordat het een jaar na de release werd gebruikt in de soundtrack van de discodansfilm Saturday Night Fever. De bassist op deze plaat van The Trammps was Ronnie Baker (1947-1990), sessiebassist en tevens huisproducer van het label TSOP. Ik vind de bassound op deze plaat een perfect voorbeeld van hoe lekker een Fender Precision Bass in de mix kan liggen. Soms lijkt het alsof Baker met een plectrum speelt, dan weer lijk je vingers te horen. Maar de bas wordt af en toe ook gedubbeld door de clavinet of andere instrumenten.

basriff van het couplet van Disco Inferno
Disco inferno – couplet

Spelen

De baslijn van het couplet is het herkenbaarste deel van het nummer. Je denkt aanvankelijk dat het een riff van één maat is, maar het is eigenlijk een patroon van vier maten. De eerste twee tellen van elke maat zijn hetzelfde; de tweede helft van maten 1 en 3 is ook identiek; tellen 3 en 4 van maat 2 respectievelijk maat 4 vormen met de laatste delen van maat 1 en 3 een vraag-antwoordstructuur. Op papier klinkt dat moeilijker dan in je oren – luister maar!

Niet op de één

In funk, disco, dansbare popmuziek in het algemeen wordt vaak geroepen dat er ‘op de één’ gespeeld moet worden. Deze baspartij is de uitzondering die de regel bevestigt, want letterlijk elke eerste tel bestaat uit een overbinding vanaf de vier-re (de laatste achtste van de vorige maat). Een tragikomische uitzondering daar weer op doet zich voor op plekken waar de schaar in de mastertape gezet is om de drie-minuten-singleversie te kunnen maken (deze transcriptie gaat uit van de drieminutenversie. Er doen meerdere versies de ronde, waaronder eentje van meer dan tien minuten die op maxisingle verscheen.) Het begin van het eerste refrein moet eigenlijk ook vóór de tel komen, maar in de bas hoor je daarna nog een plompverloren ‘één’ komen die er echt niet hoort en als je heel goed luistert, merk je dat daar ook in de timing een hoorbare ‘knip’ in het nummer zit. Tot slot: of de octaven onder volta 1 (2,3) ook in de bas zitten, weet ik niet zeker. De clavinet speelt ze zeker wel; doe het gewoon ook op de bas, dat is stoer.

Contrast

Dan het refrein en de bridge. IJzersterk in het refrein is de combinatie van een steeds identiek ritmisch patroon en een sterk lopende baslijn, die de verschillende akkoorden met elkaar verbindt en het geheel extra beweeglijk maakt. Een mooi contrast met de meer statische riff in het couplet, en ook een tweede bewijs van mijn bewering dat deze baslijn een integraal, doordacht deel van de compositie van het liedje is. Waar het refrein geramd zit, lijkt de bassist in de bridge een klein beetje de weg kwijt, tenminste, zo klinkt dat. Als het Bb-akkoord van de bridge inzet, speelt hij een patroon dat zo weifelend overkomt dat je het nauwelijks kan transcriberen. Maar hij herpakt zich en als reactie speelt hij een maat daarop over het C-akkoord het leukste loopje uit het hele nummer, met een zestiendenhuppeltje vanaf de hoge C. Tot slot: de intro is echt zoals hij hier staat. Luister maar. Er doen heel veel arrangementen en transcripties de ronde waarin de laatste noot van het intro een B is die oplost naar de C van het couplet, maar dat klopt dus niet.

Download de transcriptie van Disco inferno.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *